Project omschrijving

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/13081

Dit station werd gebouwd in 1901, als derde stationsgebouw op die plaats, de eerdere daterend van 1854 en 1891. Het speelde vroeger een belangrijke rol als grensstation tussen België en Nederland. De douane controleerde er goederen en dieren die over de grens werden getransporteerd. De loods verloor echter haar functie en staat al enkele jaren leeg. In 2003 werd de loods beschermd als monument. De gemeente kocht het gebouw in 2010 aan met de ambitie om het nieuw leven in te blazen.

Het gebouw bestaat uit een buitenschil in massief metselwerk, bestaande uit baksteen, breuksteen en Belgische blauwe hardsteen, in eclectische stijl. Het gebouw is voorzien van een metalen binnenstructuur.

In de loop van het jaar 2013 werd samen met de opleiding “Erfgoedstudies” van de Universiteit Antwerpen getracht om via de meesterproef ‘De douane-overlaadloods te Essen sporen naar toegankelijkheid’ een beter inzicht te krijgen in de huidige toestand van de loods en gekeken naar potentieel interessante herbestemmingen. De loods vormt ook één van de zes cases van het Vlaams-Nederlandse Interreg-project ‘Demi More’ dat inzet op de energetische verbetering van monumenten.

De loods wordt herbestemd tot multifunctionele ruimte, waarbij o.a. functies zoals een brouwerij en kantoren worden voorzien. Deze herbestemming zal gebeuren door boxen in het gebouw te construeren. Een aantal belangrijke energiebesparende maatregelen:

  • Isolatie van de perronvloeren met cellenglas
  • Wandisolatie: minerale wol bij de wanden van de nieuw te construeren boxen. De reeds bestaande metselwerk wanden blijven onaangeroerd.
  • Ramen worden, afhankelijk van hun locatie, voorzien van houten raamschrijnwerk (naar oorspronkelijk model) met dubbele beglazing, of houten schrijnwerk met stalen roedes en enkele beglazing.
  • De gesloten delen van het dak wordt geïsoleerd. De lichtstraat wordt voorzien van dubbele beglazing met ingewerkte transparante PV-cellen.

Bij dergelijke herbestemmingen, waar binnenruimtes in grote mate transformeren, is een vergelijking van thermisch comfort en energieverbruik eerder zinloos. De nieuw gecreëerde ruimte sluiten evenwel aan op de historische onderdelen van de constructie, waardoor thermische metingen (luchtdichtheid, comfort, energieverbruik) na uitvoering van de werken zinvol blijft.